Van Engelse pubs tot een wereldsport
Darts lijkt een uitzonderlijk eenvoudig spel: je hebt alleen een dartbord, drie pijlen en wat vrije ruimte nodig. Achter dat eenvoudige idee schuilt echter een lange geschiedenis waarin boogschiettradities, de cultuur van Engelse pubs, industriële ontwikkeling, standaardisering van regels en televisie samenkomen.
Waar komt darts eigenlijk vandaan?
Het exacte ontstaan van darts kan niet met één datum worden vastgesteld en evenmin aan één persoon worden toegeschreven. De meest waarschijnlijke theorie verbindt de oorsprong met boogschieten en militaire behendigheidsspelen. Vroege borden leken op verkleinde boogschietdoelen met concentrische cirkels, terwijl dartpijlen in het Engels lange tijd „arrows“, dus pijlen, werden genoemd. Populaire verhalen beschrijven soldaten die tijdens pauzes tussen gevechten verkorte pijlen, pijlpunten of kruisboogbouten naar stukken hout gooiden. Er zijn echter geen documenten bewaard gebleven die het mogelijk maken een van deze verhalen als een nauwkeurige beschrijving van het ontstaan van het moderne spel te aanvaarden.
Het is aannemelijker dat darts zich geleidelijk ontwikkelde uit verschillende spellen waarbij kleine projectielen naar een doel werden geworpen. Dwarsdoorsneden van boomstammen waren daarvoor bijzonder geschikt. De natuurlijke jaarringen vormden cirkels die als scorezones konden dienen, terwijl radiale scheuren afzonderlijke sectoren afbakenden. Na verloop van tijd werden zulke geïmproviseerde doelen speciaal voor het spel gemaakt.
Soms wordt beweerd dat de eerste dartborden de bodems van bier- of wijnvaten waren. Dat is een beeldend verhaal dat goed past bij het pubkarakter van darts, maar er is geen sterk bewijs dat de geschiedenis van de sport werkelijk met vaten begon. Wel is bekend dat dartborden zelfs aan het begin van de twintigste eeuw vaak lokaal werden vervaardigd. Timmerlieden en ambachtslieden maakten ze voor pubs in de omgeving, waardoor verschillende steden en regio's eigen afmetingen, indelingen en scoresystemen gebruikten.
Wie bedacht de nummering van het dartbord?
Een van de grootste raadsels in de geschiedenis van darts is wie de volgorde van de cijfers op het moderne bord heeft ontworpen. De naam die het vaakst wordt genoemd, is Brian Gamlin uit Bury in Lancashire, die het nummersysteem aan het einde van de negentiende eeuw zou hebben bedacht. Het probleem is dat er geen betrouwbare documenten zijn gevonden die zijn auteurschap bevestigen. Een andere theorie wijst naar Thomas Buckle, een draadbewerker uit Leeds, die aan het begin van de twintigste eeuw mogelijk een vergelijkbare indeling maakte. Daarom moet men voorzichtig zijn met het toeschrijven van de uitvinding aan één specifieke persoon.
De rangschikking van de cijfers is in ieder geval bijzonder slim. Hoge waarden liggen naast lage: 20 bevindt zich tussen 1 en 5, 19 tussen 3 en 7 en 18 tussen 1 en 4. Een speler die op een hoge waarde mikt maar onnauwkeurig gooit, kan daardoor zeer weinig punten behalen. De indeling van het bord beperkt de rol van toeval en beloont herhaalbare precisie.
Ook regionale varianten van het dartbord zijn tot op heden bewaard gebleven. De Manchester Log-End is kleiner dan een standaardbord en heeft uitzonderlijk smalle vakken. Het Yorkshire-bord heeft geen triple-ring, terwijl London Fives in twaalf hoofdsegmenten is verdeeld. Dat laat zien dat de moderne „klokindeling“ niet de enige manier van spelen was, maar de variant die uiteindelijk het populairst werd.
De rechtszaak die hielp om darts te legaliseren
In 1908 verscheen James „Jim“ Garside, eigenaar van de Adelphi Inn in Leeds, voor de rechter op beschuldiging dat hij in zijn zaak een kansspel toeliet. Het onderscheid was juridisch belangrijk, omdat regels voor horecagelegenheden die alcohol verkochten kansspelen anders behandelden dan spellen waarvoor vaardigheid nodig was.
Aan Garside was de plaatselijke speler William „Bigfoot“ Annakin verbonden. Volgens overgeleverde verslagen moest zijn demonstratie de magistraten ervan overtuigen dat het resultaat bij darts vooral afhing van de nauwkeurigheid van de speler. De details van de demonstratie worden in latere verhalen verschillend weergegeven, waardoor niet elke kleurrijke versie letterlijk moet worden genomen. De rechtszaak werd desondanks een symbolisch moment: darts werd erkend als een vaardigheidsspel en niet als een gewoon geluksspel.
Dat betekende nog niet dat er één uniforme set regels bestond. Verschillende pubs hanteerden huisregels, andere borden en verschillende werpafstanden. Op de ene plaats kon een speler ongeveer zes voet van het doel staan, terwijl elders de afstand tot negen voet kon bedragen. Pas de groei van competities en toernooien die grotere gebieden bestreken, dwong tot standaardisering van de speelomstandigheden.
Van pubvermaak tot georganiseerde sport
Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden steeds meer competities die aan brouwerijen en pubs waren verbonden. Teams vertegenwoordigden specifieke gelegenheden en wedstrijden werden onderdeel van het plaatselijke sociale leven. In de jaren twintig groeide de behoefte aan gemeenschappelijke regels. In 1925 werd de National Darts Association opgericht, die regels, afmetingen en de organisatie van wedstrijden begon te ordenen. Besluiten uit die periode vormden de basis voor latere reglementen.
De kampioenschappen die door de krant „News of the World“ werden gesponsord, speelden een enorme rol. De eerste individuele editie in het seizoen 1927/1928 omvatte de omgeving van Londen en trok meer dan duizend deelnemers. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog liep het aantal inschrijvingen al in de honderdduizenden. Darts was niet langer alleen vermaak voor een paar naburige pubs, maar werd een breed onderdeel van de Britse vrijetijdscultuur.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende darts als eenvoudig en gemakkelijk toegankelijk vermaak dat hielp het moreel hoog te houden. Er werd gespeeld in militaire eenheden, officiersclubs en krijgsgevangenenkampen. Soldaten uit verschillende landen, waaronder de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland, maakten kennis met het spel. Na de oorlog namen sommigen het mee naar hun eigen land, wat de internationale verspreiding bevorderde.
Hoe veranderden dartborden en dartpijlen?
De eerste houten borden vereisten regelmatig onderhoud. Soms werden ze geweekt zodat het hout niet te snel uitdroogde, en het oppervlak sleet ongelijkmatig. Een belangrijke stap was de ontwikkeling van een bord van sterk samengeperste sisalvezels. De vezels wijken uiteen wanneer een punt binnendringt en keren gedeeltelijk terug wanneer de pijl wordt verwijderd. Daardoor kan een modern bord veel meer worpen verdragen dan een traditioneel houten doel.
De benaming „bristle board“ kan misleidend zijn, want zo'n bord is niet gemaakt van dierlijke borstelharen. Het wordt vervaardigd uit bundels natuurlijke vezels, meestal sisal, die worden samengeperst en afgesneden tot een egaal oppervlak. De segmenten worden door dun draad gescheiden en moderne ontwerpen gebruiken steeds smallere metalen onderdelen, waardoor de kans op bouncers kleiner wordt.
Ook de dartpijlen zelf veranderden. In de eerste helft van de twintigste eeuw waren dikke messing barrels, schachten van riet en papieren flights gebruikelijk. Later werden kunststof en wolfraam wijdverbreid. Wolfraam is veel dichter dan messing, zodat een pijl met een vergelijkbaar gewicht een dunnere barrel kan hebben. Dat maakt het eenvoudiger om drie pijlen dicht bij elkaar te groeperen, vooral in het smalle triple-20-vak.
Een moderne dartpijl bestaat doorgaans uit een punt, een barrel, een shaft en een flight. Gewicht, lengte, vorm, zwaartepunt en gripstructuur worden individueel gekozen. Sommige spelers kiezen rechte, gelijkmatig uitgebalanceerde barrels, terwijl anderen de voorkeur geven aan modellen die aan de voor- of achterkant breder zijn. Er bestaat niet één set die voor iedere speler ideaal is.
Televisie en de geboorte van professioneel darts
De eerste bekende televisie-uitzending met darts vond al vóór de Tweede Wereldoorlog plaats. Regelmatige televisieverslaggeving kwam echter veel later. In de jaren zestig verschenen regionale uitzendingen, en de echte doorbraak volgde in het daaropvolgende decennium, toen technische vooruitgang het mogelijk maakte om de speler en een close-up van het bord tegelijk te tonen.
De British Darts Organisation werd in 1973 opgericht en drie jaar later vormden vertegenwoordigers van meer dan tien landen de World Darts Federation. Darts kreeg beter georganiseerde toernooistructuren, nationale teams en internationale wedstrijden. Spelers als Eric Bristow, John Lowe, Jocky Wilson en Leighton Rees werden bekende persoonlijkheden, terwijl wedstrijden miljoenen kijkers trokken.
Rond de overgang van de jaren tachtig naar de jaren negentig nam de aanwezigheid van darts op televisie af. Toonaangevende spelers vonden dat de sport nieuwe toernooien, meer promotie en stabiele financiering nodig had. In 1992 werd de World Darts Council opgericht, later omgedoopt tot de Professional Darts Corporation. Het conflict leidde ertoe dat professioneel darts over twee hoofdorganisaties werd verdeeld.
De door de PDC ontwikkelde evenementen, gesteund door satelliettelevisie, veranderden darts geleidelijk in een spektakel in grote arena's. Er kwamen opvallende producties, muzikale opkomsten van spelers, een uitgebreide kalender en hoge prijzengelden. Ondanks de professionalisering behield de sport zijn kenmerkende nabijheid tot het publiek en de sfeer die uit Engelse pubs afkomstig was.
Officiële afmetingen van het dartbord en werpafstand
Bij standaard steel-tip darts moet het midden van de bull exact 1,73 meter boven de vloer hangen. De afstand van de voorkant van het bord tot de werplijn, de oche, bedraagt 2,37 meter. Het is erg belangrijk dat vanaf het oppervlak van het bord wordt gemeten en niet vanaf de muur, omdat het bord en de bevestiging enkele centimeters voor de muur uitsteken.
De opstelling kan extra worden gecontroleerd door de diagonale afstand van het midden van de bull tot de werplijn te meten. Die moet ongeveer 2,93 meter zijn. Een reglementair dartbord heeft een diameter van circa 45,1 centimeter en moet zo hangen dat het zwarte segment 20 precies bovenaan staat. De vloer tussen het bord en de werplijn moet vlak, stabiel en vrij van obstakels zijn.
Bij soft-tip darts op elektronische borden voor kunststof punten wordt vaak een afstand van acht voet gebruikt, oftewel ongeveer 2,44 meter. De regels kunnen per fabrikant en competitieorganisator verschillen, dus voor een wedstrijd moet altijd het betreffende reglement worden geraadpleegd.
Voor sommige rolstoelcompetities wordt een lagere hoogte van 1,37 meter van de vloer tot het midden van de bull gebruikt, terwijl de standaardafstand tot de oche behouden blijft. Deze waarde is gekozen om de werpgeometrie van een staande speler zo nauwkeurig mogelijk na te bootsen.
Belangrijkste afmetingen – steel-tip
| Onderdeel | Afmeting |
|---|---|
| Hoogte van het midden van de bull | 5′ 8″ (1,73 m) |
| Afstand van de voorkant van het bord tot de oche | 7′ 9¼″ (2,37 m) |
| Diagonaal van de bull tot de oche | 9′ 7½″ (2,93 m) |
| Diameter van het dartbord | 17¾″ (45,1 cm) |
| Gebruikelijke soft-tipafstand | 8′ (2,44 m) |
| Bullhoogte voor bepaalde rolstoelcompetities | 4′ 6″ (1,37 m) |
Wetenswaardigheden en minder bekende regels
Het hoogst scorende enkele vak op het bord is niet de bull. De inner bull levert 50 punten op, terwijl triple 20 er 60 waard is. De maximale score in één beurt van drie pijlen is dus 180 punten. De bull geldt echter als dubbel 25 en kan daarom worden gebruikt om een leg volgens de double-outregel uit te gooien.
Een perfecte leg van 501 kan in negen pijlen worden voltooid. Een speler kan beginnen met twee beurten van 180 en de resterende 141 bijvoorbeeld uitgooien met T20, T19 en D12. Negen worpen is het wiskundige minimum wanneer de standaardregel geldt dat op een dubbel moet worden geëindigd.
Een pijl die van het bord terugkaatst of eruit valt voordat de score is genoteerd, levert geen punten op en mag niet opnieuw worden gegooid. Als een speler een pijl alleen laat vallen voordat een duidelijke werpbeweging is begonnen, mag hij deze wel oppakken en gebruiken. De score wordt bepaald door de plaats waar de punt het oppervlak van het bord binnendringt, niet door de positie van de barrel.
Professionele regels bepalen een maximale lengte en een maximaal gewicht voor dartpijlen, hoewel gebruikelijke sets veel lichter zijn dan de toegestane limiet. De meest voorkomende steel-tip-pijlen wegen ongeveer 20–26 gram. Bij soft-tip worden doorgaans lichtere modellen gebruikt, omdat een te zware pijl de kunststof segmenten van een elektronisch apparaat kan beschadigen.
Ook de geschiedenis van het woord „oche“, de werplijn, is interessant. Vroeger werd de spelling „hockey“ gebruikt, terwijl de huidige vorm pas in de twintigste eeuw algemeen werd. Een populaire legende verbindt de naam met een bepaalde brouwerij en de lengte van naast elkaar geplaatste bierkratten, maar dit verhaal is nooit betrouwbaar bevestigd.
Een dartbord moet regelmatig worden gedraaid. De metalen cijferring wordt verwijderd en het bord wordt zo gedraaid dat het zwaarst gebruikte vak 20 naar een andere positie verhuist. Zo wordt de slijtage gelijkmatig verdeeld en blijft het bord veel langer in goede staat. Een modern sisalbord mag echter niet worden geweekt, want vocht kan het vervormen en de hechting van de vezels verzwakken.
Darts vandaag
Het moderne darts heeft veel elementen behouden die bijna honderd jaar geleden werden vastgelegd: het klokvormige bord, drie pijlen per beurt, de oche en een scoresysteem dat is gebaseerd op nauwkeurig aftrekken. Tegelijkertijd groeide het van plaatselijk pubvermaak uit tot een sport die in grote arena's wordt gespeeld en wereldwijd wordt uitgezonden.
De kracht ervan ligt in de bijzondere combinatie van toegankelijkheid en moeilijkheid. Bijna iedereen kan een eerste pijl gooien en de basisregels kunnen in enkele minuten worden uitgelegd. Regelmatig de smalle dubbel- en triplevakken raken vereist echter duizenden herhalingen, een stabiele techniek, concentratie, mentale weerbaarheid en snel hoofdrekenen.
Darts kan thuis in een kleine ruimte worden beoefend, maar maakt tegelijk uitgebreide competities en professionele toernooien mogelijk. Dankzij elektronische scoreborden, apps, camera's en online spel kunnen spelers ook op afstand tegen elkaar uitkomen. De geschiedenis van de sport laat zien dat een grote discipline niet altijd in een stadion begint. Bij darts waren kleine pubs, plaatselijke ambachtslieden, brouwerijcompetities, kranten, materiaalproducenten en televisie van doorslaggevend belang. Uit het eenvoudige gooien naar een houten doel ontstond een sport met exacte afmetingen, uitgebreide regels en eigen wereldkampioenschappen, die nog altijd de sfeer van directe competitie bewaart.
